Geschiedenis
van de
Benedictinessen van Schotenhof
Stichting "Vita et Pax" van de Congregatie van "Maria Montis
Oliveti"
Vele mensen in Schoten en omgeving kennen ‘Vita et Pax’.
Ze denken dan vaak allereerst aan de school, die gesticht is door de priorij,
het klooster van de Benedictinessen.
Ze weten dikwijls niet dat Vita et Pax het devies is van een stichting waartoe het klooster behoort,
en evenmin dat die stichting een tak is van de grote familie
van de witte benedictijnen-benedictinessen,
ook genoemd Olivetanen (naar de aartsabdij Monte Oliveto in Italië nabij Siena).
Het eerste groepje monialen zocht in 1926 een onderkomen in de omgeving Antwerpen en vond dit tenslotte in de villa "Le Perron" te Schoten, nu de priorij "Regina Pacis" in de Sint Amelbergalei. Deze stichting van Dom Constantinus was de historische voortzetting van de "Communauté de l'Immmaculée Conception", opgericht te Rouen door Marie Françoise Catherine Chevalier in de jaren na de Franse revolutie.
Marie Chevalier wilde religieuze worden, maar bij het uitbreken van de revolutie werden alle kloosters gesloten. Zij begon een winkel en wijdde zich aan de bescherming van priesters en religieuzen. Toen de tiendagenwerkweek werd ingesteld, weigerde zij haar winkel op zondag open te laten. Zij werd veroordeeld tot de guillotine. Het was haar broer die de lijst van de ter dood veroordeelden moest voorlezen; hij zag haar naam en sloeg die over. De volgende dag werd Robespierre vermoord en zo kwam zij vrij.
Zodra de omstandigheden het toelieten, verzamelde zij een groep jonge meisjes om zich heen en begon haar oude droom te verwezenlijken. Met de toestemming van de kardinaal van Rouen werd in 1825 de kloostergemeenschap officieel opgericht onder de naam van "Immaculée Conception". Vijftien zusters telde deze eerste gemeenschap. In 1877 verhuisden de zusters naar Igoville, in 1878 werd het klooster verheven tot benedictijnse priorij met de titel "Benedictinessen van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen". In 1892 sloten zij zich, door bemiddeling van Abt Emmanuel André van Mesnil-Saint-Loup aan bij de congregatie van Monte Oliveto Maggiore en ontvingen zij het witte habijt.
Tengevolge
van de onrechtvaardige wetgeving die o.m. de religieuzen in Frankrijk viseerde,
weken de monialen in 1902 uit naar Engeland. Tot in 1921 verbleven zij te Bicester,
in het diocees Birmingham, daarna een tijd te Eccleshall. Het was een tijd van
tegenslagen en beproevingen, armoede en verlatenheid. Hun priester was overleden
en kreeg geen opvolger. Op 27 januari 1923 kwam de keer: door de komst van Dom
Contantinus Bosschaerts, benedictijn uit Affligem, raakte de kleine gemeenschap
uit het slop en kwam tot nieuwe bloei. Deze monnik, begenadigd met idealen en
grootse plannen, kreeg de zusters enthousiast voor zijn ideeën. Gesensibiliseerd
voor het ideaal van de eenheid van alle christenen, keerden zij in 1926 terug
naar het continent,waar zij zich vestigden in Schotenhof in Belgie, in het aartsbisdom
Mechelen. Eerst was dit in het toenmalige "Hof ter Donck", dat reeds
de naam "Regina Pacis" kreeg, vijf jaar later werd verhuisd naar de
St. Amelbergalei, waar de monialen nog steeds wonen.